Everything flows, nothing stands still.1
Het fascinerende van veel technologische vernieuwingen is dat ze, naast de directe wow-factor van de techniek zelf, vaak leiden tot verstoringen - of misschien beter veranderingen - van de tot dan geldende aannames onder (business)
modellen, markten, economieën en schijnbaar natuurlijke evenwichten. Zaken die onmogelijk leken worden toch
mogelijk, en dan vaak in een tempo en op zoveel gebieden tegelijk dat de gevolgen van de combinaties van
elkaar versterkende vernieuwingen nauwelijks nog te bevatten, laat staan
te
voorspellen zijn.
Moore's Law
Al in 1965
formuleerde Gordon Moore, mede oprichter van Intel, de naar hem vernoemde Moore’s Law. Hij constateerde toen dat de rekenkracht van chips elke 18 maanden
verdubbelde bij gelijkblijvende kosten. Destijds voorspelde hij dat dit
nog zeker 10 jaar zou voortduren. Intussen weten we dat de
verdubbellingstijd is teruggelopen tot 1 jaar en belangrijker, dat de wet nog steeds opgaat. Moore’s Law betekent dat de belangrijkste ICT
‘productiefactoren’ (opslagruimte, computerkracht en bandbreedte) ieder
jaar halveren in prijs c.q. verdubbelen in capaciteit. In vijf jaar betekent
dit een factor 32, in tien jaar zelfs een factor 1024! En de wet geldt al voor
alle drie de terreinen apart, laat staan als naar het geheel gekeken
wordt.

Deze voortdurende gigantische
verbetering van de prijs/capaciteit verhouding - of eigenlijk de
voortdurende prijs-erosie - maken de huidige innovaties op
het internet mogelijk.
De kosten van het aanbieden van producten en diensten via internet zijn zeer laag geworden. Daarbij komt nog dat het qua kosten niet veel uitmaakt of een site veel of weinig bezoekers trekt, de marginale kosten tenderen dus naar nul. In de traditionele economie was dit tot nu toe vrijwel nooit het geval en de daar vigerende businessmodellen voorzien hier derhalve niet in. Gevolg is dat er nu veel geëxperimenteerd wordt met nieuwe modellen waarbij een sterke asymmetrie bestaat tussen kosten en opbrengsten e.g. de "normale" relatie tussen kosten en opbrengsten verdwijnt. Voor de klanten lijkt het gebruik gratis waarbij het geld dus op een andere wijze verdiend wordt.
The Long Tail
Anderson's boek "The 'Long Tail" beschreef al hoe
door technologische innovatie en hiermee gepaard gaande kostendaling de tot dan geldende economische waarheden onwaar kunnen worden. In de Long Tail gaat het specifiek om radicale
verandering in de zoekkosten en de opslag & distributiekosten. Waar deze
kosten de markt bepalen is de impact van een radicale verandering
daarin
vanzelfsprekend groot, met de onvermijdelijke aanpassing van de markt, meestal in
weerwil van
wanhopig verzet van gevestigde marktpartijen.
Voorbeelden hiervan worden
volop
gevonden in de mediawereld. In de muziekindustrie, de traditionele media
(kranten en deels tijdschriften), de televisiewereld en ook in de
filmindustrie
zijn de effecten van de digitalisering van media op o.a.
opslag en distributiekosten
enorm, zeker in combinatie met ubiquitous Internettoegang die altijd en
overal
zoeken met elk device mogelijk maakt.
In de muziekindustrie kan je vaststellen dat steeds meer mensen muziek al dan niet legaal gratis downloaden. Wel betaalt men dan zonder morren voor een concert
van een artiest. Het is dus niet zo dat we nergens voor willen
betalen, we
willen alleen het gevoel hebben dat wat we betalen een redelijke prijs
is voor
de geleverde tegenprestatie. En een extra kopie van een set mp3 bestanden kost de artiest niets, de kosten voor opslagruimte en bandbreedte dragen we zelf en/of
zijn
verwaarloosbaar. Als hiervoor een bedrag gevraagd wordt dat naar ons gevoel niet "klopt" dan wijkt men massaal probleemloos uit naar een alternatief bijvoorbeeld illegale downloads. Een live concert van een artiest heeft echter een
andere
waarde, zo betaalt men rustig honderden euro's voor een concertkaartje. Een mooi voorbeeld is het optreden van groepen zoals bijvoorbeeld U2 in Moskou, die daar amper CD's verkoopt maar wel volle zalen trekt. Het zakelijk model wordt hierdoor heel
anders en dat gevestigde platenlabels protesteren tegen deze
marginalisering
van hun rol is heel begrijpelijk, alleen niet erg zinvol.
Kostenopbouw
Als we naar de kostenopbouw van veel
(traditionele) producten
kijken blijkt dat de intrinsieke kosten meestal slechts
een fractie van de totale kosten vertegenwoordigen. De kosten van de
krant
zitten niet in het fysieke stuk papier wat je uiteindelijk in je handen
houdt maar is
een optelsom van het bezitten en exploiteren van een
print-faciliteit, het transport van de gedrukte kranten, het bezit van een netwerk van
fotografen en verslaggevers, etc. Een krant als de New York Times kan
van de druk- en
transportkosten van een paar maanden al haar abonnees een e-reader
geven. Vanaf dat
moment zouden deze kosten naar nul tenderen waardoor de totale kosten
met meer
dan 50% zouden dalen waardoor de prijs van de krant significant verlaagd
zou kunnen
worden.
Dit nog los van alle ecologische opbrengsten waarvan de kosten meestal
niet eens ingeprijsd zijn.
A Free Lunch?
Het business concept ‘Free’ waarbij producten en diensten optisch gratis aangeboden worden is een
steeds gebruikelijker model aan het worden. En het blijft daarbij niet bij
gratis alleen: er zijn al aanbieders van gratis diensten die online
samenwerken mogelijk maken op een manier die veel betaalde producten
niet kunnen matchen. Het sluit goed aan
bij de
belevingswereld en het verwachtingspatroon van de doorsnee
internetgebruiker. In de digitale wereld zijn namelijk de marginale kosten
van producten vaak
vrijwel nihil en vinden gebruikers terecht dat dit in de prijs van de producten gereflecteerd moet worden. Dit nieuwe businessmodel geeft overigens veel mensen wel een contra-intuïtief gevoel: hoe kan dit? Is
er sprake
van een vorm van bedrog?
Want uiteindelijk is niets echt ‘gratis’
natuurlijk. Het is ook niet zo dat niet betaald wordt voor dergelijke diensten. Uiteindelijk moet er geld verdiend worden. Soms betaalt een gebruiker voor uitbreidingen en extra's op de standaard dienst. Vaak worden advertenties getoond gerelateerd aan de diensten of de getoonde content. Andere bedrijven hopen dat je, gewend aan de online
producten, alsnog zult besluiten de desktop producten aan te schaffen om over
extra functionaliteit te kunnen beschikken.
Hoe dit afloopt...
De uiteindelijke vraag is hoe en wanneer op basis van de technologische veranderingen de economische herschikking plaats zal vinden in de verschillende markten. Dat deze herschikking komen gaat is hierbij de enige zekerheid. Een bijkomende vraag is wie daarbij het voortouw zal nemen. Tot nu lijkt het er op dat de gevestigde krachten in markten zo gevangen zitten in hun oude denken dat ze niet in staat zijn de gevolgen van technologische en de daarbij behorende economische veranderingen te voorzien. Als er iets gebeurt is het of een bottom-up verandering die door de eindgebruikers zelf ingezet wordt ofwel een nieuwkomer in de markt die de verhoudingen op zijn kop zet.
Gevolgen voor de overheid?
Deze door technologie ingezette veranderingen in het "bedrijfsleven at large" zullen op termijn natuurlijk ook een grote impact hebben op het publieke deel van onze samenleving. Ook de overheid, gezondheidszorg en onderwijs gaan veranderingen tegemoet die we ons nog niet eens kunnen voorstellen. Het verschil met het bedrijfsleven is wel dat de kans dat nieuwkomers de introductie van deze veranderingen feitelijk zullen afdwingen veel bescheidener is. Bedrijven die dit niet kunnen bijbenen verdwijnen vanzelf, overheden die achterblijven niet. Dat is ergens ook logisch: als een bedrijf failleert omdat het verkeerde keuzes maakt is dat natuurlijk zeer pijnlijk voor alle rechtstreeks betrokkenen, echter bij verkeerde - of erger geen - keuzes door de overheid hebben we allemaal een groot probleem. Zoals Winston Churchill riep: 'There
is nothing wrong with change, if it is in the right direction'.
Onderzoek gewenst
Daarom is het belangrijk om te weten welke ontwikkelingen relevant zijn voor publieke organisaties, waar de kansen liggen en voor ons het belangrijkste: hoe de publieke zaak van deze onontkoombare veranderingen profiteren kan. En het is om deze reden dat we vanuit Kennisnet een onderzoek gestart zijn met betrekking tot dit onderwerp.
De focus van het onderzoek is een aantal relevante delen van het onderwijs die volop te maken hebben/krijgen met de geschetste effecten zoals de productie van (digitaal)
leermateriaal en de aanbieders en gebruikers van ICT infrastructuur
producten en diensten in de brede zin des woords. Het uiteindelijk doel is het onderwijs handvatten aan te reiken opdat
ook daar het maximale rendement uit de kansen die deze veranderingen brengen gehaald kan worden.
--
Dit artikel is een coproductie in het kader van het onderzoek naar "Free" van hans
pronk & michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010
1 Heraclitus